Talenttaal

25 need-to-know woorden

We realiseren ons dat we termen gebruiken die onderdeel uitmaken van jargon of die we met enige dichterlijke vrijheid geformuleerd hebben, omdat dit beter recht doet aan het fenomeen talent. Het geheel van deze woorden vormt een zekere talenttaal. Daarom hebben we, om de leesbaarheid voor jou te vergroten en om een gezamenlijk referentiekader te cree¨ren, de belangrijkste begrippen alvast kernachtig op een rijtje gezet.

  1. Breinwerker: De hedendaagse professional die voornamelijk toegevoegde waarde biedt met zijn hersens in plaats van met zijn handen.
  2. Competentie: Omvat het vermogen van mensen, bestaande uit de mix van kennis, vaardigheden, motivatie en persoonlijkheid, dat wordt omgezet in gedrag en tot een zekere productiviteit dient te leiden.
  3. Competentiemanagement: Het managen van het menselijk kapitaal in een organisatie ten bate van de organisatiedoelstellingen.
  4. Flow: Een situatie van extase die refereert aan een mentale toestand of een ultieme beleving waarin iemand volledig op kan gaan in zijn werk. In de praktijk wordt hiermee vaak bedoeld dat je je als een vis in het water voelt of gelukkig bent in je werk.
  5. Maslow-5-tijdperk: De term is ontleend aan de bekende Maslow-piramide en duidt op de hogere behoeften die men zoekt buiten het salaris. Mensen zoeken steeds meer een werkomgeving die bij hen past, waarin men zich persoonlijk kan ontplooien en waarbij men een zekere zingeving, roeping of overeenkomstige normen en waarden ervaart.
  6. Persoonlijk meesterschap: de ideale situatie waarbij je je ontdekte talenten dusdanig optimaal ontwikkelt en openbaart, dat deze in balans zijn met wat je kunt, wilt en krijgt.
  7. Talent: Het geheel van persoonlijke vermogens en mogelijkheden dat bestaat uit de zes facetten missie, identiteit, overtuigingen, kennis, vaardigheden en gedrag.
  8. Talent dartbord: De kunst van persoonlijk meesterschap is de drieluik willen, kunnen en krijgen - ofwel motivatie, beheersing en beloning - zodanig te laten samenvallen dat je met je loopbaan in feite een schot in de roos scoort. Dan gooi je als het ware bulls eye.
  9. Talentdiamant: Het raamwerk aan de hand waarvan je je talent kunt ontdekken, ontplooien en openbaren. De diamant bestaat uit zes talentfacetten zie 11.
  10. Talentenoorlog: Heeft twee perspectieven. Bedrijven dienen door de toenemende krapte van personeel alle registers open te trekken om het schijnbaar schaarse talent te binden en te boeien. Aan de andere kant hebben individuen door de globalisering te maken met wereldwijde met name Aziatische arbeidsconcurrentie.
  11. Talentfacetten: De verschillende onderdelen van talentmanagement, te weten: missie, identiteit, overtuigingen, kennis, vaardigheden en gedrag.
  12. Talentkunde: In het algemeen de handigheid om met talenten van jezelf en/of anderen om te gaan en het kunnen ontdekken, ontplooien en openbaren van talent in het bijzonder.
  13. Talentmanagement: Draait om het management van de factor mens in het productieproces. De inzet en het benutten van menskracht wordt in de praktijk ook wel human capital genoemd, aangezien de medewerkers een financiële waarde en zelfs concurrentiekracht vertegenwoordigen.
  14. Talentmanager: In de praktijk wordt een personeelsmanager dikwijls human resource manager genoemd. Dit is opmerkelijk omdat de vertaling hiervan luidt: een menselijk productiemiddel, de menselijke hulpbron of grondstof. Aangezien dat ding hier betrekking heeft op iemand van vlees en bloed, noemen wij een P&O-functionaris liever een talentmanager.
  15. Talentmeetkunde: Een andere manier om naar de verhouding tussen een doel - de functievereisten voor je baan - en je talent te kijken, is om dit op meetkundige wijze te visualiseren.
  16. Talentmijn: Iedereen herbergt een zekere goudmijn aan verborgen talent in zich. Het gaat er om dit te traceren en te gelde te maken.
  17. Talentondernemerschap: Iedereen die werkt of wil werken heeft met zijn kwaliteiten een relatie met de arbeidsmarkt en onderneemt derhalve in de meest brede zin van het woord. Je bent bezig, doet iets of onderneemt acties in loondienstverband, op vrijwillige basis of als zelfstandige.
  18. Talentontwikkeling: De kunst regie te voeren over het ontdekken, ontwikkelen en openbaren van de zes talentfacetten en deze zodanig te laten harmonie¨ren, dat je het beste uit jezelf haalt, de gewenste waardering en het gewenste werkgeluk oogst. Concrete manieren om je talent te ontwikkelen zijn: training, opleiding, boeken lezen, praten met een coach, reflecteren en intervisie met collega’s.
  19. Talentontwikkelingsplanner: Een concrete prioriteitenlijst van activiteiten om je talent te laten groeien, afgekaderd met een tijdshorizon in relatie tot concrete doelen.
  20. Talentplanning: De wijze waarop je je toekomst tegemoet treedt en in hoeverre je je talenten in een stringente koers uitzet of vanuit een flexibele of een open blik wilt benaderen. Wij onderscheiden drie globale planners: een Carrièremaker, een Ontdekkingsreiziger en een mix van die twee: een Planmatige Ontdekkingsreiziger.
  21. Talentprofiel: Dat is een bundel onderliggende talenten bouwstenen waar je in veel verschillende banen op terug kunt vallen en waar je in feite de arbeidsmarkt mee betreedt. Wij onderscheiden zelfs 56 talenten, maar - om het hanteerbaar te houden - nodigen we je uit je op hooguit acht talenten te richten. Het talentprofiel kun je hier zien als tegenhanger van het competentieprofiel. Dit is een term die dikwijls bij bedrijven wordt gehanteerd die reeds competentiemanagement hebben ingevoerd.
  22. Talentremmers: Hieronder verstaan we de lastige factoren die een beperkende en ondermijnende invloed hebben op het ontdekken, ontplooien en openbaren van talent. Je kunt ze indelen in persoonlijke, organisatiekundige en maatschappelijke remmers.
  23. Talenttijdperk: Het fenomeen talent is momenteel voor bedrijven en individuen steeds meer een kritieke succesfactor om succesvol te kunnen concurreren op de mondiale markt. Het is de periode waarin niet alleen handarbeid, maar vooral hoofdwerk - creativiteit, communicatieve vermogens en relaties - een cruciale rol speelt bij het werk.
  24. TOP: Het talentontwikkelingsplan. Vormt de ruggengraat van je talentontwikkeling, waarmee je in zes stappen je vermogens kunt ontdekken, ontplooien en in de praktijk kunt openbaren. TOP kun je zien als een soort businessplan van je BV IK. Kun je zien als de tegenhanger van het persoonlijke ontwikkelingsplan POP, waarbij het voornaamste bezwaar is dat dit in de praktijk veelal primair het belang van de organisatie dient.
  25. Ruwe diamant: Metafoor voor je potentieel aan vermogens en mogelijkheden en dient als visualisatie van de talentdiamant zie ook 9.
sidebar imagesidebar image